Vernietigende column VI over FC Utrecht
Je zult maar supporter zijn van FC Utrecht. Jarenlang wordt je verstand op hol gebracht met torenhoge ambities, en nu kan er ineens helemaal niks meer. Heb je een directeur, Wilco van Schaik, die in VI vertelt dat het in principe bij drie aankopen blijft: Robbin Ruiter, Bob Schepers en Cedric van der Gun. Ofwel een doelman uit de Jupiler League en twee spelers die respectievelijk al een jaar en een half jaar eerder werden vastgelegd. Dan gaat je geliefde spits Frank Demouge, geen geweldige voetballer maar wel een vechter, liever naar een Engelse derdeklasser. En lees je op je eigen website geen berichten over versterkingen, alleen jeukende teksten van mensen als marketing- en communicatiemanager Ronald Jurriëns. ‘FC Utrecht is voor onze supporters een way of life (…) Wij zetten hen nu centraal in onze communicatie.’ Dat is helaas het beeld van FC Utrecht de laatste tijd. De rauwe voetbalcultuur verdwijnt en maakt plaats voor handige types en dito marketingpraatjes. Meest treffende spandoek in Stadion Galgenwaard vorig seizoen: Forza Belevingsproduct.
Eens kijken hoe het bij de start van een nieuw seizoen met de stemming is gesteld. De eerste voortekenen zijn rampzalig. De eerste training wordt ’s ochtends door nog geen honderd fans bezocht. Daarna splitst de selectie zich in drie delen op voor een tour door de regio. Wij nemen een kijkje in Veenendaal. Er is een groot plein afgezet, maar dat is nagenoeg leeg. Helemaal vooraan staan ongeveer veertig kinderen met handtekeningenboekje in de rij voor een rijtje spelers en trainers. Vooraan de nieuwe spitsentrainer Marinus Dijkhuizen. Hij zet zorgvuldig zijn krabbel in het schrift van een pubermeisje. ‘Ja hallo, je moet wel je naam erbij zetten, want ik heb geen idee wie je bent’, jammert ze. De spelers voldoen hun plicht met wisselend enthousiasme. Jan Wuytens maakt een vriendelijk praatje met ieder kind, Jacob Mulenga lacht breeduit voor veertig camera’s, maar Tommy Oar zit erbij alsof hij de hele nacht in de kroeg heeft gehangen. De Australiër is lijkwit en gaapt voortdurend. Als alle supporters voorzien zijn, blijven de spelers nog wat ongemakkelijk rondhangen. Even informeren maar bij Wuytens. Denkt de Belg dat FC Utrecht in staat is zich te herstellen van een teleurstellend jaar? ‘Nou, met deze selectie mogen we al blij zijn als we vorig seizoen kunnen evenaren.’ Dáárvoor kwam de verdediger niet naar de Domstad. Heeft hij er nog wel een beetje zin in? ‘Och, jawel. Ik zal wel moeten, he?’, zegt hij en stapt de bus in.
Die gaat op weg naar het parkeerterrein voor het stadion, dat is ingericht met tal van kraampjes en attracties. Hier is het wél razend druk. Ook bij de shirtverkoop. Het ene na het andere exemplaar vliegt over de toonbank, met volgens verkopers de naam Van der Gun het vaakst achterop. Plots komt een nieuwe medewerker de kraam in gerend. ‘Yes, yes, come on, roept u maar, next!’ Het is directeur Van Schaik zelf. Hij toont zich een ijverige verkoper, maar ook een wat onhandige. ‘Mevrouw wilt pinnen, hoe doe ik dat?’ Hij stopt even om te vertellen over het succes van deze Open Dag-nieuwe stijl. ‘Het was te gek vanochtend, in de regio.’ Het verslag van een leeg plein in Veenendaal maakt weinig indruk. ‘In Breukelen en Houten was het nokkie vol! Ik heb de spelers vanochtend toegesproken in de kleedkamer. Dat we dit seizoen hard moeten werken en het vertrouwen van het publiek moeten terugwinnen. Gaan we doen!’ Hij ziet wél perspectief. ‘Je moet, zoals Hans Kraay senior vroeger zei, je doelpunten tellen. Cedric van der Gun: acht tot tien. Alexander Gerndt: in potentie vijftien. Jacob Mulenga ook. Edouard Duplan: acht. Daan Bovenberg maakt er altijd vijf en Mike van der Hoorn legt er ook een paar in. Dat zit je op vijftig, zestig goals! Plek zes tot twaalf, dat moet gewoon lukken.’
Voetbal International



Vernietigende column VI over FC Utrecht

